Make your own free website on Tripod.com

Ut Attju

Home | Antie Heineken Federatie | Informatie | Zwetspagina | Vakantie woorden | Members | foto's | Bier Leven | Duoo | de bar

100 bier spreuken

1.    Hier verdrinken er meer in het glas dan in de zee.
2.    Als je hoort hoe het klokje thuis tikt, zit je niet in het café.
3.    Een goed café om de hoek is beter dan een verre brouwerij.
4.    Als ma van huis is, komt het bier op tafel.
5.    Eén biertje maakt nog geen dronkenschap.
6.    Bier maakt meer goed, dan vrouwen kapot kunnen maken.
7.    Zo dom als een maltdrinker.
8.    Hij groeit op voor galg en krat.
9.    Het bier niet opdrinken voordat het getapt is.
10.  Hoe meer biertjes hoe meer vreugd.
11.  Oost west, dorst gelest.
12.  De pils aan Maarten geven.
13.  Zoals het tapje thuis tapt, tapt het nergens.
14.  Joost mag het drinken.
15.  Als het bier gedronken is, sluit men de tap.
16.  De glazen horen klinken, maar niet weten waar de tap is.
17.  Er zit een addertje onder mijn glas.
18.  Het twintigste pilsje is een daalder waard.
19.  Een pilsje in de zak kopen.
20.  Leven als God in het café.
21.  Malt als bier verkopen.
22.  Wie het onderste uit zijn glas wil, krijgt het schuim op zijn neus.
23.  In ieder glas past een pilsje.
24.  Wie Amstel zegt, moet ook bier zeggen.
25.  Alleen voor bier komt de aap uit mijn mouw.
26.  In de kroeg gelogeerd zijn.
27.  Weten waar Abraham zijn bier haalt.
28.  Het bier bij de buren is altijd koeler.
29.  Iemand een biertje van eigen tap geven.
30.  Het was echt een bierdop op zijn kant.
31.  Wie voor Amstel Malt geboren is, zal nooit Palm drinken.
32.  Men moet drinken uit de glazen die men heeft.
33.  Hoge glazen vangen veel bier.
34.  De pul bij het handvat pakken.
35.  Men kan nooit weten hoe een koe een pilsje opent.
36.  Men moet geen dode biertjes uit de tap halen.
37.  Ze praten over glazen en pullen.
38.  Dat is geen zuivere pils.
39.  De kogel is door de kroeg.
40.  In het land der Malt is Lingens koning.
41.  Hij heeft zijn ziel aan de Amstel Malt verkocht.
42.  Kleine pulletjes hebben grote oren.
43.  De regels aan zijn laarsje lappen.
44.  Vechten tegen de bierkaai.
45.  Malt verwijt Lingens dat hij soft is.
46.  Bier om bier, malt om malt.
47.  Het bier wordt nooit zo koud gedronken, als hij wordt getapt.
48.  Met een krat bier in huis vallen.
49.  Een ezel drinkt niet twee keer van dezelfde Malt.
50.  Van de Malt in de Lingens geraken.
51.  Met zijn neus in de schuimkraag vallen.
52.  Het Bier is niet voor de ganzen gebrouwen.
53.  Zelfs de beste drinker verslikt zich wel eens.
54.  Het beste pilsje uit de kelder halen.
55.  Bier heeft alle woorden.
56.  Een pilsje in de kraag vatten.
57.  Bier naar de tap dragen.
58.  Bier maakt de man.
59.  Bier verzoet de arbeid.
60.  De pils uit de tap kijken.
61.  Bier is een goede dienaar, maar een slechte meester.
62.  Lekker bier wordt veel getapt.
63.   Eens gedronken blijft gedronken.
64.  Hij heeft te diep in het glaasje gekeken.
65.  Wie een kuil graaft voor een ander krijgt dorst.
66.  Al het goede komt uit de tap.
67.  Goedkoop is maltkoop.
68.  Geen bier zonder schuim.
69.  Morgenstond heeft een kater in de mond.
70.  Het is niet alleen bier wat er getapt wordt.
71.  Eigen tap is goud waard.
72.  Roet in het bier gooien.
73.  De beste zuiplappen zitten thuis.
74.  Men drinkt het biertje nooit ver van de tap.
75.  Waar gedronken wordt, vallen druppels.
76.  Wie het bier niet kent, drinkt het niet.
77.  Wie het laatst drinkt, lacht het beste.
78.  Nu heb je de pinten aan het dansen.
79.  Op de verkeerde kruk gezet worden.
80.  Over het glas getild worden.
81.  Achter het glas drinken.
82.  Bier goed, al goed.
83.  Wie het bier lust, drinke het op.
84.  Van een fles een vat maken.
85.  Hij heeft drie biertjes in één glas.
86.  Je vangt meer alcoholisten met bier, dan met ranja.
87.  Iemand een Malt aannaaien.
88.  Alle wegen leiden naar de kroeg.
89.  Beter één biertje in je hand, dan tien op de grond.
90.  Voor het tapje gehouden worden.
91.  Wie goed doet, bier ontmoet.
92.  Wie bier zaait, zal whisky oogsten.
93.  De kater in de put vinden.
94.  Het schip verging met man en bier.
95.  Alcohol in de wonden strooien.
96.  Bier maakt blind.
97.  Naast de tap zuipen.
98.  Bier regeert met ijzeren hand.
99.  Als twee zuiplappen vechten om een pint, gaat de derde ermee aan de haal.
100.Ter land, ter zee en in de kroeg.